Technische vragen

De maximale hoogte die mag worden gevlogen met een RPAS is 120 meter, t.o.v. de grond gemeten. Deze kan verder worden verlaagd als bij testen blijkt dat het RPAS niet snel genoeg kan dalen.

Er is dus een verschil in wat ‘kan’ en wat ‘mag’.

De maximale afstand tussen piloot en platform wordt bepaald door o.a. sterkte van de zender(s), het zicht en de omgeving. Technisch gesproken kan dit dus honderden meters zijn, zelfs meer dan één kilometer. De maximale horizontale afstand is in beginsel een cirkel met een straal van 500 meter met de piloot als middelpunt. Dit kan onder voorwaarden met nog eens 500 meter worden verlengd. Dit heeft EVLOS of Extended Visual Line Of Sight. Er is dus een verschil in wat ‘kan’ en wat ‘mag’.

Daarnaast is ‘ver’ ook uit te leggen als ‘maximaal af te leggen weg’. Deze bedraagt circa 5 kilometer. Een en ander afhankelijk van ondermeer de weerscondities.

De duur van een vlucht hangt van een aantal factoren af, zoals windkracht i.r.t de vliegrichting, het gewicht van het systeem en de snelheid waarmee je vliegt en manoeuvres die je maakt. Gemiddeld gesproken kun je met dit type toestel 20 tot 25 minuten vliegen met een snelheid van 5 m/s. Harder dan 15 m/s wordt niet aanbevolen. Stijgen kan met 6 m/s en dalen is begrensd op 2 m/s.
De 14 Mb camera heeft een resolutie van 4384×3288 pixels en kan video’s opnemen met 1080p30 & 720p.