Stel: je vindt dat wel wat – vliegen met een drone. Je wilt er één kopen of je hebt er misschien één gehad. Je gaat vliegen, en later misschien wel foto’s of video’s maken vanuit de lucht. Of misschien is dat wel je doel. Mag dat zomaar? Of zijn er regels waar je je aan moet houden? Aan welke wet- en regelgeving ben je dan gebonden? Is er dan verschil tussen ‘hobbymatig’ en ‘professioneel’ gebruik? Op deze pagina de hoofdlijnen.

Gebruik de GBV-regel: Gezond Boeren Verstand – vermijd en voorkom gevaarlijke situaties.
R. de Rooy, HorEyeZon.nl
Als je voor je beelden iets in retour ontvangt, is dat ‘baat’. Je bent, met andere woorden, een zakelijke vlieger. En gelden er dus andere regels! Wees je hiervan bewust.
Kaart: vluchtvoorbereiding
Voor het hobbymatig vliegen met een op afstand bestuurd vliegtuig, helikopter, quadcopter of multirotor (allemaal drones) geldt de Regeling modelvliegen (21/9/2015).

Het komt erop neer dat je vrij mag vliegen zo lang je maar onder de 120 meter blijft, niet in de buurt van een vliegveld opstijgt (zie het kaartje hieronder met verboden gebieden: ‘no fly zones’) en niet boven ‘aaneengesloten bebouwing’ (lees: stad of dorp) vliegt. Verder is het niet toegestaan om boven het spoor, havens, wegen, industriegebieden en mensenmassa’s te vliegen. Ook moet je een vrij zicht op je luchtvaartuig hebben tijdens de gehele vlucht en mag je niet ’s nachts vliegen (alleen UDP: Uniforme Daglicht Periode).

Samengevat:

  • blijf onder de 120 meter;
  • houd gedurende de hele vlucht je drone in het zicht (dus visueel contact);
  • vlieg alleen overdag en met goed zicht op de omgeving;
  • vermijd mensen en dieren;
  • vlieg niet boven steden, dorpen, spoorlijnen, wegen en havens;
  • stijg niet op in de buurt van vliegvelden.
Bedrijven die drones inzetten voor zakelijk gebruik zijn bijvoorbeeld videoproductiebedrijven die luchtopnames maken. Of inspectiebedrijven die drones gebruiken om moeilijk bereikbare locaties te bekijken.

Als je je drone wilt gebruiken voor professionele (commerciële, zakelijke) doeleinden, dan gelden strengere regels. Je hebt ondermeer te maken opleidingen en keuringen en je moet je vlucht(en) melden en bijhouden in een logboek. Er gelden dus eisen aan bestuurder (de piloot) en het luchtvaartuig (de drone). Alles met het oog op het borgen van ieders veiligheid.

De regels of eisen die de overheid stelt aan deze bedrijven, piloten, zijn onderhevig aan verandering. Enerzijds is er de Europese wet- en regelgeving, anderzijds de nationale. Zo is het vanaf 1 juli 2015 niet meer nodig een ontheffing aan te vragen, de zogenaamde Bedrijfsontheffing, maar moet de piloot een zogenaamd ROC hebben: het RPAS operator certificate. Ook is de aanvraag voor een TUG (Tijdelijk Uitzonderlijk Gebruik) voor start- en landing veelal niet meer nodig.

Voor meer info: zie Rijksoverheid.nl